Vertaling van "opbel" in Nederlands

aanroepen, bellen, opbellen is die topvertalings van "opbel" in Nederlands.

opbel
+ Voeg

Afrikaans - Nederlands woordeboek

  • aanroepen

    verb
  • bellen

    verb

    Moenie haar nou bel nie.

    Bel haar nu niet op.

  • opbellen

    verb

    Dit is ook baie aanmoedigend wanneer die broers in die gemeente my bel of my kom besoek.

    Het is ook heel aanmoedigend als personen in de gemeente me opbellen of bij me langskomen.

  • telefoneren

    verb

    Is dit goedkoper om na 9 uur te bel?

    Is telefoneren na 9 uur goedkoper?

  • Vertoon algoritmies gegenereerde vertalings

Outomatiese vertalings van " opbel " in Nederlands

  • Glosbe

    Glosbe Translate
  • Google

    Google Translate

Frases soortgelyk aan "opbel" met vertalings in Nederlands

  • aanbellen · aanroepen · aflopen · beieren · bellen · gaan · galmen · kleppen · klinken · luiden · opbellen · overgaan · schalmen · schellen · slaan
  • oorbel · oorring
  • inbel-
  • bel
    aanbellen · aanroepen · aflopen · beieren · bel · bellen · gaan · galmen · kleppen · klinken · klok · luiden · oproep · overgaan · rinkelbel · schalmen · schel · schellen · slaan · telefoneren
Voeg

Vertalings van "opbel" in Nederlands in konteks, vertaalgeheue